Mijn levensgeschiedenis

1929

In 1929 was er een grote beurscrash met als gevolg dat er een enorme armoede ontstond onder de burgerlijke bevolking. Uiteraard was in die tijd de arbeider de sigaar, die had verreweg het meeste te lijden onder deze crash.

In deze periode waren jeugdverenigingen heel erg in trek, mijn ouders hebben elkaar leren kennen in Vierhouten bij zo’n jeugdvereniging. Er was toen verder niet zo veel te beleven en ze kregen al gauw verkering. In deze jeugdverengingen werd niet gerookt en geen alcohol gebruikt, wat zeker in mijn voordeel is geweest.

Zwangerschap

In 1934 raakte mijn moeder in verwachting en dat betekende in die tijd dat ze moest trouwen. Mijn moeder heeft zich daar tot het uiterste tegen verzet, zij wilde dat helemaal niet. Ze heeft onder enorme spanning geleefd tijdens de zwangerschap en dat is voor het aanstaande kind heel erg slecht. Hierdoor kwam ik op de wereld met een behoorlijk aantal hele vervelende gevolgen. Om te beginnen was ik veel te licht bij de geboorte en heb ik in het eerste jaar van mijn leven heel regelmatig in het ziekenhuis gelegen. Na verloop van tijd bleken er een aantal aandoeningen te zijn, zoals Gilles de la Tourette, dit betekent dat je ongecontroleerde bewegingen en geluiden maakt, een aandoening waar je je leven lang niet vanaf komt. Vervolgens ontwikkelden zich ADHD en dyslexie. Mijn grootste overwinning in het leven is dat ik dat heb leren beheersen en dat niemand er meer iets van merkt. Ik moet er altijd voor zorgen het onder controle te houden.

Mijn ouders waren zeer sportief en vooruitstrevend. Nog geen jaar oud ging ik al mee kamperen in Nunspeet aan zee, naar camping de Oude Pol. Mijn ouders waren arm dus moesten hun tent zelf maken van wit linnen en wij sliepen op stro. In Apeldoorn gingen we zwemmen in het kanaal bij de Zwanenspreng. Ik woon daar nu recht tegenover. Op de rug van mijn vader zwommen we naar de overkant van het kanaal. De box moest aan een boom gebonden worden, anders kroop ik met box en al het  kanaal in. 

Jaren voor de oorlog

De jaren voor de oorlog woonden wij in Ugchelen, dat was een prachtige omgeving. Tegenover ons huis was een glasheldere sloot met daarin grote snoeken. Deze snoeken vingen wij met een stok en een koperdraad. Uren liepen we langs de sloot om ze te vangen.

Ugchelen was een zeer godsdienstige gemeenschap. Wij waren echte buitenbeentjes en de kinderen mochten niet met mij spelen, omdat wij niet naar de kerk gingen. Dat niet met elkaar om mogen gaan is in vele christelijke gemeenschappen nog steeds zo.

De kinderen trokken zich daar niet zoveel van aan, dus ik had wel contacten maar die waren heel summier. Bij deze kinderen thuis komen, was er niet bij. De meest fanatieke familie hierin was een katholieke familie die in deze omgeving ook al een beetje buiten de gemeenschap stond. De katholieken werden papen genoemd. De eerste vijf jaar van m’n leven waren daardoor behoorlijk zwaar, omdat je hier als kind niks van begrijpt. Als kind had ik lang blond haar met pijpenkrullen, er is een foto gemaakt in een zwartfluwelen pakje dat erg romantisch was. Door de Gilles de la Tourette dacht men dat ik achterlijk was, wat ook vaak gezegd werd. Tussen 5e en 6e jaar ging ik naar de kleuterschool. Op een dag zei ik tegen m’n moeder: “Mama, ik ben verliefd.” en dat ben ik eigenlijk mijn hele leven gebleven. Op 5 april 1940 is mijn broer Ruud geboren. En op 5 mei zaten we aan tafel aan de Ugchelseweg en zagen we de eerste Duitse bezetters binnenkomen. Mijn vader was politiek zeer actief, hij moest dus na de eerste weken onderduiken en het heeft een jaar geduurd voor hij verraden werd. Vervolgens heeft hij 4 jaar in meerdere concentratiekampen in Duitsland gezeten.cd

Mijn familie was zeer antimilitaristisch, maar we waren wel de  eerste  die in het verzet gingen. In de oorlogstijd was de hele familie van mijn vaders kant: tantes, ooms, opa en oma zeer actief in het verzet en zij woonden bij ons in huis.

Familie

Mijn oma van vaders kant kwam uit een zeer rijke familie uit Rotterdam en zij is op een gegeven moment met drie kinderen, twee meiden en een jongen, weggegaan bij haar man. Hij had een groot schildersbedrijf, maar kon zijn handen niet thuis houden, ook was hij aan de drank. Een bekend verhaal was dat hij alleen het haantje van de toren durfde te schilderen als hij dronken was.

Om in die tijd bij je man weg te lopen met drie kinderen, was een enorme stap. Oma verdiende de kost door te werken in de  huishouding en door kleding te maken. In de eerste periode werd enorme armoe geleden, maar mijn oma had een uitgebreide opleiding gehad. Zij kon onder andere goed piano spelen en verhalen vertellen over haar leven. Mijn tante, de zuster van mijn vader en vrouw van Jan Endeveld, die later in dit verhaal nog wordt genoemd, leefde bij ons in huis en heeft voor een groot deel voor mijn opvoeding gezorgd. Met zeer strenge etiquette waar ik mijn hele leven veel plezier van gehad heb. Buiten op straat mocht ik dialect spreken, maar thuis was dat niet toegestaan. Hier ben ik erg blij om geweest, omdat ik mij later in alle gezelschappen goed kon bewegen. Er werd bij ons thuis altijd met mes en vork gegeten, wat totaal verschillend was bij de kinderen bij mij uit de buurt, want die deden dat allemaal niet. Hierdoor kwam ik wel in een uitzonderlijke positie te verkeren.

De familie van mijn moeders kant was totaal anders. Mijn oma werd altijd opoe genoemd, dat wilde ze zelf. Ze kwam uit een zeer christelijk gezin uit Kampen. Mijn moeder was de oudste in het gezin van negen kinderen en ze moest altijd voor de andere kinderen zorgen. Opoe en opa moesten ook trouwen. Op een dag kwam mijn opa bij opoe en toen zei ze tegen hem: “Je hebt me de schol vergald.” Hij begreep er eerst niets van. Dat betekende dat opoe in verwachting was en ze moesten trouwen. Opoe was  ziekelijk. Mijn grootvader was van huis uit meubelmaker, maar daar was totaal geen werk meer in. In die periode werd hij artiest. Hij maakte al zijn spullen zelf, zoals goocheltrucs, een sprekende pop en een poppenkast compleet met poppen, waar ik enorm goede herinneringen aan heb. De familie woonde toentertijd in de armste buurten van Arnhem. Een van mijn herinneringen is dat mijn opoe vertelde dat ze vroeger emmers voor de toiletten hadden en dat ze die altijd op kwamen halen tijdens etenstijd. Dat vond zij ontzettend erg, maar ze heeft er nooit iets tegen kunnen doen. Mijn grootvader reisde als artiest door heel Nederland, hij was toen zeer bekend, hij heette Tom Magendans.

In de Eerste Wereldoorlog had de familie het zo arm dat ze een bedje voor de kinderen kregen van de kerk. Toen de Belgen hier als vluchtelingen kwamen, moest het wiegje ingeleverd worden.

De oorlog

Er waren bij ons thuis regelmatig bijeenkomsten van het verzet. We hadden voortdurend onderduikers en een oom van mij, Jan Endeveld, is gefusilleerd als gijzelaar en ligt nu begraven op een ere begraafplaats in Loenen. Mijn vader was in die tijd in meerdere concentratiekampen terecht gekomen, waar hij zelfs blindedarm operaties heeft uitgevoerd in samenwerking met een huisarts. In vele boeken over concentratiekampen in Duitsland wordt mijn vader genoemd als een zeer goed mens. Een van die medegevangene, wiens leven eigenlijk ten einde liep, bood mijn vader een erfenis aan van enkele miljoenen. Mijn vader weigerde dat, omdat hij wilde dat die man bleef vechten, de man heeft het uiteindelijk niet gered. De activiteiten van mijn familie in de oorlog bestonden uit: onderduikers helpen, onderlinge contacten houden en het verspreiden van het krantje ‘De Waarheid’. Het verspreiden van deze krant was een riskante bezigheid, als je gepakt werd, resulteerde dat in onmiddellijke arrestatie. Een van de adressen waar we moesten zijn, was dat van de familie Hoornstra in Ugchelen. Zij waren van oorsprong Duits. Deze mensen hadden een hond met de fieteldans, een zenuwaandoening waardoor hij geen moment stil kon staan, zelfs niet in zijn slaap.

Siep Hoornstra is op een zeer spectaculaire manier ontsnapt. Hij zat in een concentratiekamp in Nederland en had een Duits uniform georganiseerd. Toen een van de hoge officieren op een motor de poort binnenkwam, stapte hij op die motor en reed zo de poort uit.

In mijn jeugd werd ik  veel gepest op school. Thuis had men mij geleerd: als er ruzie is, dan ga je weg. Dat is echter een verkeerd advies. Als ik gepest werd, ging ik in de schoolpauze verderop op straat staan. Het vervelende was dat geen onderwijzer dat ooit gezien heeft. Op 9-jarige leeftijd had ik er genoeg van en heb ik erop geslagen. Nadien werd ik nooit meer gepest.

In Ugchelen werd de verhouding met de andere buren wel veel beter, omdat mijn familie met de jeugd uit Ugchelen zondags de bossen in ging, waar ik zeer goede herinneringen aan heb. Opvallend was dat veel buren bezoek kregen van de dominee, een ouderling of pastoor die probeerden hen tegen ons op te zetten, zonder succes.

We woonden in een dubbel huis waarvan de andere helft een bakkerij was. Deze bakkersfamilie was streng gereformeerd en kreeg visite van de dominee, die de opmerking maakte dat ze weinig kinderen hadden. Waarop het echtpaar zei: “Zorg zelf maar voor kinderen, want jullie hebben veel meer tijd.” In het verdere gesprek werd er gezegd dat ze maar niet te veel met de buren om moesten gaan, waarop de buurvrouw reageerde: “Dit zijn de fijnste mensen die we ooit in ons leven hebben meegemaakt.” In dezelfde tijd kregen we regelmatig bezoek van Duitse SD, samen met Nederlandse politie om te controleren wat er gedaan werd. Soms werden familieleden meegenomen naar het politiebureau waaronder ook mijn moeder, wat zeer bedreigend was voor ons, de kinderen. Over het geheel genomen werden we door meerdere buren duidelijk ondersteund. De familie Tamboer, waarvan de man een zoon van prins Hendrik was, heeft veel dingen ondernomen om ons te helpen. Onder andere door middel van kinderopvang.

Tijdens die overvallen kwamen de SD en Nederlandse politie brutaal het huis in en op een gegeven moment stonden ze op een kleed met daaronder een luik waaronder een aantal onderduikers zat. Onze ervaring was dat de Nederlandse politie die erbij was zich veel fanatieker gedroeg dan de Duitsers. Vele Nederlandse politieagenten zijn gewoon in functie gebleven tijdens het begin van de oorlog. Dat ze niet allemaal zo fanatiek waren, bewijst het volgende: mijn vader moest overgebracht worden naar een andere plaats na z’n arrestatie en dat werd gedaan door een Nederlandse politieagent. Hij probeerde mijn vader bewust te laten vluchten. Mijn vader heeft dit niet gedaan, ondanks dat hij wist dat hij zelf naar Duitsland gedeporteerd zou worden, met als motivatie: “U hebt vrouw en kinderen en een dergelijke vluchtpoging kan ik niet verantwoorden, want u komt geheid in de problemen.” De rest van de oorlog verliep met vallen en opstaan. Ik zat op de lagere school aan de Eendrachtstraat, die ongeveer twee kilometer van mijn huis lag. Het onderwijs daar was zeer matig, omdat het een echte plattelandsschool was. Door langdurig verblijf in het ziekenhuis, ben ik in de toenmalige vierde klas blijven zitten. Tijdens de oorlog viel er een bom op de school, waardoor wij tijdelijk naar een andere school moesten. Deze was veel verder weg en daarom gingen we halve dagen naar school, wat niet bevorderlijk was voor het onderwijs. Door het enorme gebrek aan concentratie ging het ook niet goed op die school.

Regelmatig moest ik boodschappen doen voor mijn moeder, dat was maar 200 meter verderop, maar onderweg was ik zo druk met van alles dat ik vergeten was, wat ik moest halen. Elk vogeltje en bloempje wilde ik bekijken. Op school werd ik enorm gepest door mijn Gilles de la Tourette, door de geluiden en bewegingen die ik maakte. Van de onderwijzer kreeg ik geen enkele steun. Ik zat steeds naar buiten te kijken. Er stonden 2 groten linden en daarin zaten regelmatig vogels die ik bij naam kende. Op deze leeftijd werd ik naar een gymnastiekvereniging gestuurd, maar dat was geen succes want je leerde er niets. Achteraf bekeken behoorde ik tot de hoogbegaafden, omdat ik over veel meer algemene kennis beschikte dan de andere kinderen. Ik had onder andere op 14-jarige leeftijd tientallen boeken gelezen over Griekse mythologie, politiek, Egypte en de Farao’s, onderwerpen waar een normaal kind van die leeftijd niet aan dacht. Ook boeken over wetenschap en het heelal verslond ik op die leeftijd ondanks de ernstige vorm van dyslexie.

In de oorlog zat de Joodse familie Borsboom uit Amsterdam bij ons ondergedoken. Na de oorlog ben ik daar vaak wezen logeren, ik heb toen meerdere opera’s gezien zoals Carmen, Paljas en Cavalleria Rusticana. Ik was altijd al geïnteresseerd in opera en klassieke muziek en wist meestal bij de eerste noten al welke opera het was. Eigenlijk wilde ik operazanger worden, maar in die tijd was dat moeilijk in verband met de afstanden en dat spijt me nog. In die tijd was er in de bioscoop iedere donderdag een speciale film over de klassieken, zoals opera, componisten, klassiekers van Shakespeare, enz. Jarenlang ben ik daar iedere donderdag naartoe gegaan.

Mijn hele leven lang heb ik gestudeerd. Alles wat op vooruitgang gericht was, had mijn belangstelling. Eigenlijk is dat nog steeds zo.

In deze periode was ik onder behandeling van een psychiater, maar die had meer belangstelling  voor mijn moeder dan voor mij dus het hielp niets. Na een jaar zijn we met de behandeling gestopt.

Na de oorlog

Direct na de oorlog in 1945 ben ik op 10-jarige leeftijd op een hek gevallen, waarbij er een ijzeren pen van 10 centimeter mijn hart  is binnengedrongen. Kinderen hebben me van het hek afgetild en ik ben nog 200 meter hard naar huis gelopen. Ik werd direct opgenomen in het Juliana ziekenhuis in Apeldoorn en geopereerd door dokter Pilaar. Deze reageerde na een vraag van mijn moeder of het gevaarlijk was: “Het is een dubbeltje op z’n kant.” maar gelukkig was net de penicilline uitgevonden (Alexander Fleming) en zeventien dagen later liep ik weer buiten. Omdat mijn vader in het concentratiekamp gezeten had, mocht hij naar Zwitserland toe, maar hij zei: “Laat mijn zoon maar gaan, die heeft het veel harder nodig dan ik. Ik ben wel gezond.” Samen met mijn tante, de weduwe van Jan Endeveld, ben ik een half jaar naar Zwitserland geweest voor mijn gezondheid. Dit was een onvergetelijke tijd. Ik heb in die tijd goed Duits leren spreken en leren skiën. Direct achter het huis van de familie Tjannen, waar ik verbleef, was een grote stal met een twintigtal koeien. Deze heb ik leren melken en ik heb er op het land gewerkt, wat een enorme ervaring was. Als ik uit m’n slaapkamerraam keek, zag ik het Appenzellerland, met als hoogste berg de Säntis, met eeuwige sneeuw erop. Ook heb ik daar leren skiën op hele ouderwetse ski’s. Bij thuiskomst in Nederland ging ik op 13-jarige leeftijd naar de mulo (tegenwoordig de mavo). Dat was zeker geen succes, door mijn al eerder genoemde concentratieproblemen.

Inmiddels woonden we in de Nieuwstraat, in het gebouw van dagblad ‘De Waarheid’. Het was een heel groot herenhuis met dertien vertrekken. In één van de grote kamers zat nog zeer oud donkerbruin behang. In deze periode ben ik gaan werken. Mijn vader nam mij mee naar de bouw, daar heb ik twee weken gewerkt, maar dat was niets voor mij. Een kennis van ons was woninginrichter en meubelstoffeerder en dat leek mij wel wat. Dat was vroeger een uitgebreid vak je moest alles kennen, zoals behangen, tapijt leggen, matrassen maken, gordijnen maken, stoelen en banken stofferen, enz. Later heb ik hier veel plezier van gehad bij het ontwerpen van valmatten, lounges, minitramp en andere uitvindingen. Ook bij de inrichting van de boerderij en mijn eigen sporthal heb ik hier veel plezier van gehad, we hebben alles zelf moeten maken. Op 8-jarige leeftijd was ik in een woonboerderij geweest en daar wilde ik later ook in wonen. Op 30-jarige leeftijd hadden we er een.

In deze periode ben ik gaan schoonspringen in het Sportfondsenbad. Na korte tijd maakten we al zeer spectaculaire sprongen en kwam  gymnastiekleraar Arie Pollen, docent van het Christelijk lyceum uit Apeldoorn, naar ons toe en vroeg of we les wilden hebben. Dat schoonspringen deed ik samen met Jan Rijf. We hebben gebruik gemaakt van het voorstel van de heer Pollen en hebben later meerdere demonstraties gegeven, onder andere bij de opening van het zwembad van de Hoenderloo Stichting. De heer Pollen had een eigen gymnastiekvereniging opgericht, Olympus, hij vroeg of ik zin had om te komen turnen. Dat heb ik gedaan en in drie jaar tijd ben ik keurturner geworden door de grote ervaring van het schoonspringen. Na een korte periode van assisteren bij de gymlessen ben ik een cursus gymnastiekleraar gaan volgen in Amersfoort. De docenten waren mensen uit de top van de gymnastiekwereld, te weten: G.C. v.d. Berg, Eef van Asselt en de heer Hoogland. De cursustijd behoort tot een van de mooiste tijden uit mijn leven. Op 17-jarige leeftijd ben ik gaan lesgeven als hoofdtrainer van meerdere gymnastiekverenigingen t.w.: Sparta in Dieren, Dio in Ugchelen, Doves in Barneveld en Sparta Oene. Bij Dio Ugchelen gaf ik les in een zaal die ook gebruikt werd voor festiviteiten, de vloer liep schuin af. Bij Sparta Oene gaf ik les in een oude school en stond ik in de deur in twee schoollokalen gelijktijdig les te geven. Als het hard regende, regende het binnen net zo hard als buiten, we hebben daar meerdere keren kortsluiting gehad, maar onder dergelijke omstandigheden leer je wel lesgeven. In deze periode heb ik vele cursussen gevolgd in  binnen- en buitenland op het gebied van turnen en springen. Op die cursussen was ik berucht, ik was de enige die altijd mee bleef doen met de oefeningen. Eenmaal ben ik ziek geweest van de spierpijn.

Op 22-jarige leeftijd ben ik voor de eerste keer getrouwd. Dit liep helemaal uit de hand, mijn toenmalige schoonouders zeiden me te scheiden, want “dit gaat ten koste van je leven”. Na twee jaar is dat dus gebeurd. Doordat mijn ex verslaafd was aan de slaaptabletten met daarnaast ook nog een alcoholverslaving, liep het helemaal uit de hand. Ze is op 60-jarige leeftijd overleden. Inmiddels was mijn zoon, Tom, geboren en hij werd ondergebracht bij mijn tante, Riet Endeveld. Zij was inmiddels getrouwd met Aart Westerveld. In deze periode ben ik zwaar overspannen geweest, maar ik ben gewoon door blijven werken. Op 24-jarige leeftijd heb ik als een van de aller eersten in Europa een trampoline gekocht, voor het bedrag van 2600 gulden, wat toen een enorm bedrag was. Ik kreeg een lening van duizend gulden van een oom en de rest mocht ik afbetalen bij Janssen en Fritssen. Ik heb het totale bedrag uiteindelijk vrijwel cadeau gekregen, omdat ze vonden dat we er goed werk mee deden. Door Janssen en Fritssen maakte ik kennis met Klaas Boot, tienvoudig Nederlands kampioen turnen bij de heren. De heer Boot was vertegenwoordiger bij Jansen en Fritssen en heeft bemiddeld bij de aankoop van de trampoline. Het CIOS Overveen had mij gevraagd om daar cursussen te geven, maar daar heeft Klaas Boot een stokje voor gestoken en hij is dat toen zelf gaan doen. Het lesgeven op de trampoline als basis voor wedstrijden deed ik als eerste in Europa.

Inmiddels is het trampoline springen uitgegroeid tot de meest geperfectioneerde sport ter wereld. Men is in staat om een oefening uit te voeren van tien sprongen van drievoudige salto’s met schroeven die allemaal verschillend zijn en niet meer zonder hulpmiddelen te volgen zijn.

Een jaar later ,in 1960, werd de eerste trampolinewedstrijd georganiseerd door de toenmalige KNGV, in Amersfoort. Hier ben ik Nederlands kampioen geworden. Dit heeft voor een totale verandering in mijn leven gezorgd. Ik heb het trampolinespringen helemaal zelf moeten leren, omdat er op dit gebied niets was. Computers en dergelijke bestonden in 1960 nog niet, de informatie was alleen te verkrijgen uit boeken. Hierdoor heb ik een geheel eigen methode ontwikkeld van lopen tot rol naar salto’s en van halve draai tot radslag, Arabier tot salto met schroeven. Met deze manier kan men alles leren zonder hulpverlenen tot en met enkele salto met schroeven. Bij meervoudige salto’s moet men wel hulpverlenen het liefst met lounges. Aangezien de gymnastiekleraren zeer conservatief zijn, kostte het heel veel moeite om deze nieuwe methodes erdoor te krijgen. Door honderden cursussen te geven in binnen- en buitenland  is deze methode zeer algemeen geworden.

Inmiddels was ik voor de tweede keer getrouwd en we hadden twee prachtige meiden gekregen. We zijn ongeveer zestien jaar getrouwd geweest en na de scheiding zijn de meiden bij mij gebleven. Dit waren geweldige jaren en van de pubertijd, die bekend staat als een moeilijke tijd, heb ik niets gemerkt. In 1984 zijn we met de hele familie naar de Gymnastrada  in Zwitserland geweest, dit was een enorme ervaring.

Door als eerste in Nederland valmatten te maken en cursussen te geven, heb ik een zeer belangrijke invloed gehad op de lichamelijke opvoeding en turnsport. Jaren heb ik met de valmatten rondgereisd. De eerste jaren wilde men helemaal niet aan de valmatten, maar nu is het belangrijkste attribuut in iedere gymzaal en sporthal. Het turnen is nu ondenkbaar zonder valmatten. Door het gebruik van valmatten werden de mogelijkheden in de turnsport steeds uitgebreider. Het heeft echter meer dan tien jaar geduurd voordat de valmatten geaccepteerd werden.

Wij leerden hele lange mat series op de valmatten; inclusief salto ’s met en zonder schroeven. Als je dat vertelde, geloofde men je niet. Men zei dat dat niet op een zachte ondergrond kon, maar nu hebben we een 20 meter lange minitramp en airtumbling baan.

In deze tijd wonnen we alles op het gebied van springen: lange mat, kast, paard, tafel, minitrampoline, dubbele minitramp, airtumbling en trampoline. Prompt begon men regelementen te wijzigen om ervoor te zorgen dat wij er niet alles wonnen. Door de samenstelling van de groepen te veranderen en verplichtingen in te voeren, zoals het verplichte aantal keren de handen neerzetten tijdens een oefening, werd het ons veel moeilijker gemaakt. Bij het airtumbling is het onder andere mogelijk om zonder de handen neer te zetten hele oefeningen te draaien, wat prompt veranderd werd, zodat nu de handen wel minstens één keer neergezet moeten worden waardoor de snelheid en de hoogte veel minder wordt.

Door gebruik te maken van het trampoline springen kregen we ook veel moeilijker sprongen bij het minitramp en bodemspringen. Hier kwamen meervoudige salto’s en schroeven bij de wedstrijden waarmee onze ploeg meestal de eerste was

Ook kwamen er conflicten, zoals een leerlinge die met een neuspiercing op les kwam. Op wedstrijden en trainingen zijn deze  niet toegestaan. De leerling kreeg het verzoek zich hieraan te houden. Het is een grote rel geworden tot aan  landelijke pers en tv toe.  Het gebruik van alcohol is natuurlijk ook levensgevaarlijk maar wordt nu ook als normaal ervaren, voorbeelden als van Yuri zijn absoluut  onaanvaardbaar.

In tussentijd gingen onze successen gestaag door. Door alle successen kregen we ook aanvragen om op stage te mogen komen. Met als gevolg dat we tientallen studenten op stage hebben gehad. Een daarvan was Gerard Engelsman uit Doesburg, hij kwam van het CIOS. Hij  ging ’s avonds  mee naar huis, waar de avond besproken werd. In het stagerapport schreef hij dat hij nog nooit zulke goede lessen had meegemaakt en dat hij zo goed ontvangen was. Ongeveer één jaar nadat hij bij ons weg gegaan was is hij in dienst getreden van de KNGU.

Ik heb het eindrapport van Gerard over de stage nog steeds. Het was van het begin tot het einde een en al Halleluja, maar na dat jaar  begon Gerard Engelsman zich tegen mij af te zetten samen met Hans van de Linde. Op een cursus in Haarlem georganiseerd door het Christelijk verbond, waar een aantal toptrainers bij elkaar was, was een enquête gehouden onder cursisten. Er werd gevraagd wie ze als de beste cursusleider zagen. Volgens de organisator kwam ik daar verreweg het beste uit, dat was voor de KNGU reden om mij van de lijst van trainers af te halen. Het is dus een van de allerlaatste cursussen die ik heb mogen geven, omdat ik door de KNGU geboycot werd. In de tussentijd hebben we een eigen sporthal gekregen en heb ik meerdere cursussen gegeven op eigen initiatief. Hier is onder andere geweest Gerard Speerstra, de vroegere trainer van Epke Zonderland. Hij vertelde zeer veel aan de cursus gehad te hebben om verder te kunnen gaan. Inmiddels is Speerstra ook ontslagen bij de KNGU en geeft hij nu les in de Belgische bond met zeer goede resultaten. Hij behoort tot de allerbeste trainers. Inmiddels geeft hij geen les meer wat een enorm verlies voor de gymnastiekwereld is. Het is in Nederland vele trainers en bestuursleden overkomen. Je mag in Nederland niet boven het maaiveld komen, want dan gaat je kop eraf.

In 1985 werden in Groningen de Europese kampioenschappen gehouden. Wij waren hier het enige land dat met alle onderdelen meedeed: trampoline, trampoline synchroon, dubbel-minitramp en tumbling. In die tijd behoorden we tot de top van Europa op het gebied van het springen. Door deze successen probeerden de andere bestuursleden van de afdeling springen van de KNGU meer macht naar zich toe te trekken. Ik was in die tijd bestuurslid en trainer van tumbling en dubbelmini trampoline (centrale training), maar na de successen in Groningen vonden de andere bestuursleden dat ze er ook meer in gekend moesten worden, ook hier werd mij het werken onmogelijk gemaakt. Ik kreeg de keuze: of ik was bestuurslid of trainer. Aangezien het op je vingers na te tellen is dat dat niet goed zou gaan omdat we geen goede vervangers hadden, heb ik gezegd “Dat doe ik niet.” Ik zei in ieder geval een aantal jaren nodig te hebben om dit vacuüm op te lossen, maar dat kreeg ik niet. Ik heb bedankt voor zowel het ene als het andere en ben weggegaan. Binnen het jaar was de hele afdeling van tumbling en dubbelmini trampoline verdwenen, de bestuursleden konden met geen mogelijkheid de zaak voor elkaar krijgen. Het eigenbelang van de bestuursleden is veel belangrijker dan de sporters die gewoon opgeofferd worden. Tevens liep mijn tweede huwelijk op de klippen.  Na deze affaire ben ik zwaar overspannen geweest, maar de dokter zei tegen mij: “Jij gaat er zo goed mee om, jij overwint dat wel.” Als gevolg daarvan kreeg ik een herseninfarct waardoor de linkerkant van mijn lichaam helemaal verlamd was, ook dit heb ik overwonnen door door te zetten. Ik heb een jaar met stokken gelopen.

In de tussentijd was ik in 1975 gaan windsurfen, een zich snel ontwikkelende sport. Korte tijd later hebben we met drie personen een surfvereniging opgericht  Ik heb lesgegeven en meegedaan aan verschillende wedstrijden, waaronder de Europese kampioenschappen in Rotterdam. Wij surften op Busloo en Harderwijk, het is een geweldige sport. In deze tijd heb ik samen met mijn jongste broer Jaap surfplanken ontwikkeld en deze verkocht. De concurrentie was echter zo groot dat dat geen succes was.

6 Mensen gered

Tijdens het surfen op Busloo stak er een enorme wind op. Twee meisjes zaten in een kleine opblaasboot die omwaaide. Het oudste meisje kon zich redden, het andere was al onder water. Ik heb haar gered en naar de kant gebracht. In de loop van de tijd heb ik zes mensen uit hachelijke situaties gered, t.w. één uit een auto die in het kanaal was gereden. Op een winterse dag was ik aan het sneeuwruimen toen een auto langzaam van de weg schoof en door het ijs zakte. Samen met een andere man zijn we tot ons middel in het water gegaan en hebben drie vrouwen uit het water gehaald. Een vrouw was 50 jaar en twee andere van in de tachtig die niet bepaald meewerkten. Op een avond stond er een man aan de deur: “Er ligt een auto in het kanaal, maar ik  kan niet zwemmen.” Gelukkig was het zomer dus ik ging het water in. De auto was leeg en de politie zei dat de verantwoordelijke persoon die de auto gedumpt heeft waarschijnlijk stond te kijken.

Op een dag kwam mijn zoon naar binnen rennen: “De schuur staat in brand en Ben kan er niet uit!” Ik rende naar de schuur, maar kon niet door het vuur. Ik ging naar de achterkant en heb Ben door een hoog raampje naar buiten getrokken.

In de loop der jaren heb ik duizenden kinderen op les gehad bij de gymnastiek en ook bij de springafdeling. Ik heb lesgegeven in Apeldoorn bij Olympus, Orion en de nieuwe turnkring. Toen het bestuur van de Nieuwe Turnkring hoorde dat ik bij Olympus (door een fusie Brink en Orde geworden) weg was, namen ze contact met me op en vroegen ze of ik bij hun wilde komen lesgeven. De vereniging had nog maar 213 leden. Ik stelde als voorwaarde dat ze alles wat ik voorstelde zouden doen, behalve als ze aan konden tonen dat het verkeerd was. Dat was echter nooit aan de orde. Na vijf jaar hadden ze 1600 leden en behoorde NTK tot een van de grootste en meest succesrijke verenigingen van Nederland, onder andere op het gebied van springen en Jazz-gymnastiek. Toen ontstond er een conflict: ik stelde voor dat de vereniging een springtafel zou aanschaffen. Als ze dat niet konden zou, ik dat zelf wel doen. Het bestuur wilde de tafel niet aanschaffen, maar ik kreeg het verbod om het zelf te doen en dat accepteerde ik niet. Ik had mijn eigen lessen met toestellen en dan maak ik zelf uit wat er gebeurt. Dit liep uit op een scheiding. Vervolgens ben ik naar de gymnastiekvereniging Orion gegaan, de meeste van de topgymnasten gingen mee. Dit zorgde ervoor dat Orion tot een van de topverenigingen van Nederland ging behoren.

In 1975 ben ik met de NTK naar de Gymnastrada in Berlijn geweest.

Onze afdeling sprong langemat en minitramp. Op de langemat sprongen wij dubbele salto’s en schroefsalto’s, wat voor een gewone vereniging zeer bijzonder was. Het totaal was exclusief en is meerdere malen op de Duitse tv geweest.

In Berlijn hebben wij voor het eerst kennis gemaakt met dubbelminitramp  en vervolgens hebben we er thuis een gemaakt. NTK was de eerste met dit toestel in Nederland. Vervolgens heb ik een houten tumbling baan gemaakt. Dit was de vierde sport die ik in Nederland introduceerde.

Ook maakte ik de eerste openeind minitramp wat een grote vooruit gang was. Men ging veel hoger springen waardoor dubbele salto’s met schroeven gemaakt werden, uiteraard door onze afdeling.

1984, de Gymnastrada in Zwitserland te Zurich. Dat was een onvergetelijke tijd. Wij sprongen daar dubblminitramp en tumbling en hebben erg veel geleerd.

In 1975 kwamen de Engelsen met een totaal andere techniek voor het springen en turnen. Dit was een revolutie. Ik heb deze techniek in Nederland geprobeerd te introduceren. De trampoline afdelingen hebben dit snel opgepakt. Turnen heeft zich meer dan twintig jaar verzet, maar is er nu uiteindelijk toe overgegaan op deze moderne technieken. Het gevolg was een grote vooruitgang.

Nederland ging internationaal weer meetellen en kwam in wereldtop bij het dames en heren turnen.

Naar aanleiding van deze ontwikkeling heb ik een tweetal videobanden gemaakt over het springen op trampoline, minitramp, dubbelminitramp en tumbling. De banden werden zeer positief ontvangen door trainers. Er zijn honderden dvd ’s van verkocht in binnen- en buitenland. Vervolgens zijn beide banden op YouTube gezet en duizenden keren bekeken. Een verzoek aan het KNGU om publicatie in het Turnblad werd geweigerd door de redactie, volledig voorbijgaand aan het belang van de sporters.

Het KNGU

Inmiddels ben ik ongeveer 65 jaar lid van de bond en heb allerlei veranderingen mee gemaakt.

In het begin was de bond een sterk sociaal gerichte organisatie, maar in de jaren ’80 veranderde dat volledig. Er kwam een nieuwe voorzitter, de heer J. Bons, een topmanager uit het bedrijfsleven. Hij had, volgens eigen zeggen, geen enkel verstand van het turnen en het verenigingsleven, maar hij wilde een totale herstructurering doorvoeren. Er kwam heftig verzet vanuit het hele land. Langzaam maar zeker werden er toch veranderingen doorgevoerd. Hierdoor stopten honderden bestuursleden en trainers die zich niet meer thuis voelden in de bond. Op dit moment werd de herstructurering toch doorgevoerd. Al het verzet was verdwenen. De verandering was vooral dat de sporter zeer weinig invloed meer had. De meeste onderafdelingen bleven bestaan, maar bestuursleden werden door de bond aangesteld. De sporters kunnen met voorstellen komen, maar zijn volledig afhankelijk van de bestuursleden voor wat ermee gedaan wordt. Bestuursleden wegstemmen is er niet meer bij als men vindt dat ze niet meer voldoen. Alle oppositie is verdwenen en de macht ligt volledig bij het Bondsbestuur. Een organisatie die geen oppositie meer heeft, verandert in een dictatuur en daar heeft het alles schijn van. De bond is log en zeer conservatief. Het wordt tijd dat er weer een herstructurering komt. Na het verdwijnen van de heer Bons kwam de heer Zwijnenburg, tot nog toe de meest sociale voorzitter, maar hij was na korte tijd weer verdwenen, hij was veel te eerlijk. Vervolgens kwamen er na elkaar meerdere voorzitters die allemaal na korte tijd weer verdwenen. Daarna kwam er iemand van gereformeerde afkomst die 15 jaar is gebleven. Een veel te conservatieve man die jarenlang de vooruitgang heeft belemmerd. Van de broodnodige herstructurering is niets terechtgekomen. Opvallend is ook de macht van het bondsbureau. Besluiten die door de afdelingen genomen werden, werden door het bondsbureau gewoon genegeerd. Op sporttechnisch gebied is wel veel bereikt, maar dat komt door de totale vooruitgang van onder andere trampolines en valmatten.

In de loop der jaren zijn er fusies geweest met de twee andere bonden: de katholieke en de christelijke bond. Door de conservatie instelling van deze mensen werden er allerlei veranderingen door gevoerd. Beperkingen in de sprongen bij het minitramp springen, zoals zweefrol en 11/2 salto rol en drievoudige salto met en zonder schroeven. In de internationale reglementen van trampoline en turnen mag dit wel alsof de landing op vrije oefeningsvloer zachter is dan op een valmat.

Grote reizen

Na 1985 ben ik grote reizen gaan maken. Mijn eerste reis was naar Oeganda, waar een van mijn leerlingen een tehuis voor weeskinderen beheerde. Iets dergelijks meemaken, is een enorme schok. Kinderen vanaf twee jaar die door hun ouders in de steek zijn gelaten en de hele nacht door het huis lopen, is een enorme ervaring.

Oeganda is een ongelooflijk mooi land. Een bezoek aan de bronnen van de Nijl vergeet men nooit meer. Zoiets blijft je hele leven bij. Vervolgens zijn we door Kenia gereisd en heb ik duizenden dia’s gemaakt. Wij gingen in hoofzaak voor het wild en dat is een enorm succes geweest. Bezoeken aan de flamenco’s aan het meer van Nakuro en de Masai Mara met zijn gnoes en zebra’s is onvergetelijk. Wij hadden het geluk daar in de trektijd te zijn. In totaal ben ik zes keer in Afrika geweest en heb ik in totaal meer dan 40.000 km gereisd, waarvan twee keer van Apeldoorn naar Dakar. Er stond een advertentie van enkele studenten in de  Volkskrant: Wie wil mee van Nederland naar Dakar met een aantal auto’s? Na een kort gesprek werd ik aanvaard en heb ik de mooiste reizen van mijn leven gemaakt. We kochten een aantal tweedehands Peugeots die we in Dakar weer verkochten met winst. De eerste keer gingen we met drie mannen en drie meiden. De tocht ging door België, Frankrijk, Spanje met de boot naar Afrika, Marokko, Mauritanië, Senegal. Dagen reden we door de Sahara en in zes uur over het strand van de Atlantische oceaan, om voor de vloed op de plaats van de bestemming te komen.

De tweede tocht waren we met vijf mannen: drie 30+’ers en twee jonger dan 30 jaar. Deze laatste twee hadden voortdurend problemen en stonden op een bepaald moment op het strand te huilen omdat ze de spanning niet aankonden.

Onderweg hebben we veel avonturen meegemaakt, zoals een zware zandstorm.

Vervolgens ben ik vijf keer naar India geweest, dat is een onvergetelijk land. De verschillen in rangen zijn enorm, hele gezinnen slapen op straat en maken daar ook hun eten daar klaar op een houtvuur.

Vier maal heb ik de Taj Mahal bezocht: een geheel van wit marmer gemaakt grafmonument ingelegd met halfedelstenen uit de hele wereld. Het witte marmer laat licht door en is prachtig en ziet er op ieder moment van de dag weer ander uit. Een van de hoogtepunten van India is een bezoek aan Bharatpur met Keoladeo een geweldig vogelreservaat: Een schatrijke maharadja had in England gejaagd op watervogels en wilde dat ook in India. Hij zette een heel groot stuk terrein af met dijken en liet een rivier omleggen, zodat vele mensen geen water meer hadden, maar dat interesseerde hem niets. Tijdens de daarop volgende jachtpartijen werden duizenden vogels per keer geschoten. Iedere avond gingen we naar de zonsondergang kijken,  die is daar fantastisch. Op meerdere avonden hoorden we de roep van de jakhals en dat vergeet je nooit meer.

Op het terrein waren vele andere dieren: jakhals, pythons, andere slangen, varanen, enz. In twee andere parken hebben we wilde olifanten en tijgers gezien en gefotografeerd. Als je er open voor staat zijn dat enorme ervaringen in je leven.

Indonesië en Thailand

Deze twee landen hebben een prachtige natuur en daarnaast een enorme cultuur. Een der hoogtepunten van een bezoek aan Indonesie was een bezoek aan het Bromogebergte met zijn vele vulkanen. In de avond vertrokken we en waren voor zonsopgang op de plaats van bestemming. Dit is een van de hoogtepunten uit mijn leven.

De reizen hebben een grote indruk achtergelaten waar een heel boek over is te schrijven.

Gezondheid

Mijn manier van leven is er altijd op gericht geweest zo gezond mogelijk te leven. Veel bewegen met turnen en trampoline springen, niet roken en geen alcohol drinken. Ondanks dat heb ik een hartoperatie met vijf omleidingen gehad en ben ik twee keer overspannen geweest. Ik heb een prachtig leven gehad met veel ups en downs.

De begeleiding van de kinderen vind ik een van de belangrijkste opgaven voor een trainer. De tijd waarin de basis voor de rest van je leven wordt gelegd, is je jeugd. Tijdens deze periode leg je de toekomst voor de rest van je leven. Eigenlijk kan ieder gezond kind alles leren, maar de een heeft er meer tijd voor nodig dan de ander. Zeg altijd: “Je kunt het wel.” Het feit dat vele ouders mij speciaal hebben bedankt voor het helpen bij de opvoeding, is een van de belangrijkste dingen in mijn leven en ik ervaar dat als een groot compliment.

Resumé

  • Eerste ter wereld met hartoperatie
  • Eerste van Europa in trampoline lessen.
  • Eerste van Nederland valmatten gemaakt
  • Eerste van Nederland met dubbelminitramp
  • Eerste openeind minitramp
  • Eerste Tumbling baan van hout en stalen veren.
  • Opgerichte verenigingen Dia club.
  • Windsurf club Busloo en
  • Trampoline vereniging Cleton Sports
  • Meer dan 500 Nationale kampioenschappen gehaald met leerlingen
  • Turnen en springen
  •  65 jaar lesgeven gymnastiek en 57 jaar trampoline lessen
  • 65 jaar lid KNGU
  • In 2017 ben ik inmiddels 82 jaar en geef nog steeds les en ga mee naar wedstrijden.
  • Met de afdeling springen meer dan 18 optredens op televisie in     binnen- en buitenland, waarvan 5x bij het programma ‘Stuif es in’.
  • Twee videobanden gemaakt over springen
  • Vele cursussen springen gegeven in binnen- en buitenland.
  • 6 mensen gered uit water en 1 uit bandende schuur
  • Vele diavoorstellingen met 4 projectoren en dubbel beeld, gegeven in binnen- en buitenland over India, Oeganda, Kenia, Indonesië, Thailand en de Europese natuur. Vijf complete diaseries van anderhalf uur.
  • Meerdere fototentoonstellingen gehad

 

Door de studies in mijn leven heb ik een aantal ervaringen opgedaan waardoor de volgende filosofieën zijn ontstaan

Ontwikkeling hersenen

Bij de geboorte heeft een kind 26 % van de hersens, het duurt tot ongeveer het 23e jaar tot ze uitgegroeid zijn en tot hun 40ste jaar voor ze optimaal ontwikkeld zijn. Een filosoof is minstens 40 jaar voor hij goed ontwikkeld kan zijn.

Bij de mens wordt het geslacht bepaald door de man en er is een groot verschil tussen jongens en meisjes. Niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Bij de geboorte hebben jongens meer hersencellen, maar meisjes hebben meer verbindingen tussen de linker- en de rechterhersenhelft. Hierdoor is de sociale ontwikkeling en de fijne motoriek bij een meisje in het begin veel sterker.

Als ik een meisje op 6-jarige leeftijd op les krijg, zal ze zich meestal sneller ontwikkelen dan een jongen van dezelfde leeftijd. Op latere leeftijd zal de jongen verder komen door zijn spierkracht en doordat hij minder angst heeft. Een vrouw is het hoogst ontwikkelde wezen op aarde. Qua brute kracht zijn mannen in het voordeel, maar qua intelligentie en fijne motoriek zijn vrouwen veel sterker. Op dit moment is op universiteiten het aantal vrouwelijke studenten groter dan het aantal mannelijke. Vrouwen zijn en worden echter nog steeds zwaar onderdrukt, de mannen weten dondersgoed dat vrouwen veel intelligenter zijn en proberen ze op allerlei manieren dingen op te leggen waardoor ze zich niet goed kunnen ontwikkelen. Vooral godsdiensten en wetten onderdrukken vrouwen op allerlei manieren.

Iedereen zou moeten weten hoe groot de impact is van onder andere stress, alcoholgebruik en roken tijdens op de zwangerschap. De zwangerschap is het belangrijkste deel in het leven van de mens. De ontwikkeling van het onzichtbare zaadje tot een volledig kind is het meest spectaculaire in het menselijk leven. Als een mens na de geboorte nogmaals zo’n grote ontwikkeling zou doormaken als tijdens de zwangerschap, dan zou het 6 miljoen jaar duren voor het zelfde resultaat.

Tijdens de zwangerschap zijn invloeden van buitenaf ook belangrijk. De factoren waaraan de moeder zich blootstelt, zoals het eten dat ze tot zich neemt, komen ook voor een deel in het vruchtwater waardoor de smaak van het kind gevormd wordt. Met andere woorden als de moeder lastig is met eten, is de kans groot dat het kind dat ook wordt.

De sfeer in de omgeving tijdens de zwangerschap is ook van grote invloed op de latere ontwikkeling van het kind. Het karakter wordt voor een groot deel bepaald door de opvoeding. De ouders blijven altijd mede verantwoordelijk voor het handelen van hun kind. Een kind kopieert gedrag en zal graag het verkeerde overnemen, want dat is het leukste. Bij een goed voorbeeld zal de invloed van buitenaf minder zijn.

Ik ben van mening dat de ouders mede gestraft moeten worden bij misdragingen van kinderen tot tenminste 20 jaar. Als men een auto niet goed onderhoudt, wordt men gestraft, bij het in gebreke blijven in de opvoeding moet dit ook gebeuren.

Tom Cleton op het Nederlandse kampioenschap trampolinespringen te Amersfoort

 

Tom Cleton